Beschrijving en Historie van de Vuurtoren Noordwijk
Auteur: Peter Kouwenhoven / Nederlandse Vuurtoren Vereniging. Hier het origineel op www.vuurtorens.org.

Cultuurhistorische waarden

•Type object / Nautische functie:  Vuurtoren , Verkenningslicht en als zodanig onderdeel van de vaarwegmarkering.

•Leeftijd van het object: Gebouwd in 1922 gereed in 1923.

•Historische betekenis van het object en zijn omgeving:

De kerk van Noordwijk nam in het 1444 op zich een vuurboet te bouwen voor de vissers, op de plaats waar zich thans hotel Huis ter Duin bevindt. De kerkmeesters en de vissers sloten een contract waarin was opgenomen dat de vuurboet op kosten van de kerk zou worden gebouwd en onderhouden en dat de schippers een jaarlijks bedrag zouden betalen, zodat de vuurboet “ten eeuwigen dage zou kunnen branden en onderhouden worden”. In 1616 werd het contract herzien. In het vervolg zou de bijdrage van de schippers afhankelijk worden gesteld van de hoeveelheid gevangen vis.

Noordwijk aan Zee 1560 C. van Alkemade
Noordwijk aan Zee op een tekening van C. van Alkemade uit 1560.

In eerste instantie werd alleen vuurgeld geheven van de Noordwijkse vissers, maar in 1658 dienden die vissers een verzoek in om ook de schepen van buiten Noordwijk te belasten. Als reden voerden ze aan dat bij andere vissersplaatsen schippers ‘van buiten’ inmiddels ook mee moesten betalen aan het onderhoud van de vuurboeten.
In 1716 is de bijna driehonderd jaar oude vuurboet in een zware storm door de zeeverzwolgen. De kas van de vuurboetmeesters was leeg, dus daarom boden de Gast- huismeesters van Noordwijk aan Zee hulp aan. Ze leenden een bedrag van duizend gulden uit aan de schippers voor de bouw van een nieuwe vuurboet. Er waren steeds vier vuurboetmeesters in dienst. Het waren Noordwijkse schippers die voor twee jaar in dienst waren en dan afgelost werden. Zij werden belast met het opzicht en de reparatie van de vuurboet en het kopen van kolen en ander noodzakelijk materiaal. Daarnaast was er een vuurboetstoker aangesteld om ’s nachts het vuur brandend te houden.
In 1811 is de tweede vuurboet afgebroken en zijn de resterende kolen verkocht. Wanneer er opnieuw een vuurboet werd gebouwd is niet bekend, maar vermoedelijk was dat al snel na afbraak van de oude. Een tekening van Noordwijk uit 1823 maakt duidelijk dat er toen een vuurboet ten zuiden van het dorp stond.

Noordwijk aan Zee 1823 C. Stegerhoek
Het nieuwe visserslicht is in Noordwijk aan Zee op een tekening van C. Stegershoek uit 1823. Rechts op het duin, aan de zuidkant van het dorp, de vuurboet.

Ir. P.J.G. van Diggelen meldt in zijn publicatie ‘Historische gegevens betreffende de grote kustlichten van Nederland’ dat in 1838 sprake is van een stilstaand lamplicht met drie pitten, op een houten opstand. De bekende landschapsschilder Willem Antonie van Deventer maakte in 1845 een tekening van deze lichtopstand: een tamelijk primitief bouwsel dat deels van wrakhout in elkaar lijkt te zijn getimmerd.

Noordwijk aan Zee 1845 W A van Deventer
De houten vuurboet aan de zuidkant van het dorp, op een tekening van W. A. van Deventer uit 1845.

In 1852 werd er een nieuw visserslicht gebouwd aan de noordkant van het dorp, naast het zogenoemde Schuitengat. Dit was een gegraven inham in de duinen, waar de bomschuiten enigszins beschut op het droge konden liggen.

Noordwijk aan Zee 1864 (verkend tussen 1850 en 1862) militaire kaart van Nederland
Een topografische kaart van Noordwijk aan Zee uit 1864, waarop de vuurbaak aan de noordkant van het dorp is aangegeven.

1854 beschreven in een brief van de gemeente Noordwijk aan het departement van Marine. Het was een grote lantaarn op de kap van een vierkant stenen gebouwtje op een duintop. Het had een Argandse lamp met twee pitten en een parabolische reflector. Vreemd genoeg is op een militaire topografische kaart uit die tijd aangegeven dat het een houten vuurbaak betreft. Naast de vuurbaak stond een grote houten seinmast. Wellicht is dit de verklaring voor de foute aanduiding op de kaart. Het nieuwe licht werd, net als zijn voorganger, alleen ontstoken wanneer de vissers op zee waren. De ‘seinpost’, zoals de vuurbaak ook wel werd genoemd, werd bemand met een wacht die in drie ploegen werkte gedurende het visseizoen. Toen in 1913 de laatste bomschuit van het Noordwijkse strand verdween, werd de seinpost gedoofd en afgebroken.
In 1906 stelde het Rijk een plan vast voor verbetering van de kustverlichting in Nederland. In dat plan was opgenomen dat er tussen Scheveningen en IJmuiden een nieuw kustlicht moest komen. Juist bij Noordwijk kon men bij nevelig of mistig weer deze beide kustlichten niet meer waarnemen. Dat leidde regelmatig tot strandingen voor de kust. Het was duidelijk dat dit de locatie was voor het nieuwe licht. Door de Eerste Wereldoorlog is de uitvoering van het plan vertraagd. Pas op 31 decemer 1921 kreeg het Leidse aannemersbedrijf W. Splinter en Zonen de opdracht om bij Noordwijk een nieuwe vuurtoren te bouwen.

Het ontwerp is van architect Otto Jelsma: een uit gewapend beton opgetrokken vierkante toren, afgewerkt met donkergetinte Friese gevelstenen. De toren verrees op dezelfde plek als de oude vuurbaak. Het lichthuis is vervaardigd en gemonteerd door de firma Penn & Bauduin uit Dordrecht. Deze ijzergieterij kreeg hiervoor op 5 juli 1922 opdracht , tezamen met het vervaardigen en plaatsen van lichthuizen voor de kustlichttoren te Egmond aan Zee, de lichtopstanden te Ossehoek en Val van Zierikzee en het verklikkerlicht van West-Schouwen.

Noordwijk begin 1900 glasnegatief regionaal archief Leiden
Het glazen lichthuis in 1922, voordat de optieken werden geplaatst.

Het vervaardigen en monteren van 11 stuks ijzeren trappen voor de kustlichttorens van Noordwijk en Egmond werd op 5 augustus 1922 gegund aan Gebr. Vincent te Schiedam.
De toren werd voorzien van een glazen lichthuis waarin naast een scheepvaartoptiek ook een luchtvaartoptiek werd geplaatst. Het luchtvaartlicht markeerde de vliegroute van Londen naar Schiphol. Beide lichten werden op 1 augustus 1923 voor het eerst ontstoken.

Noordwijk aan Zee 1923 ca.
Noordwijk aan Zee omstreeks 1923.

Noordwijk aan Zee in 1930
De vuurtoren in 1930.

Noordwijk aan Zee 1935 ca
De vuurtoren omstreeks 1935.

In de meidagen van 1940 werden beide lichten op de vuurtoren gedoofd. Na de oorlog is het scheepvaartlicht weer in gebruik genomen maar het luchtvaartlicht niet meer, omdat de luchtvaart inmiddels over was gegaan op radionavigatie.

Muur Batterie Noordwijk 1947
De vuurtoren en omgeving vlak na de Tweede Wereldoorlog. De bakstenen toegangspoort naar het terrein van de voormalige Duitse Batterie Noordwijk is links nog te zien. Achter de vuurtoren bevindt zich een parkeerterrein. Bron: Atlas van Noordwijk.

In 1953 werd Noordwijk aan Zee kustwachtstation. Daarom kreeg de toren in dat jaar op een hoogte van 15 meter een aluminium uitbouw, voorzien van ramen, om als uitkijkpost dienst te kunnen doen. Tot 1953 werd de vuurtoren bemand door slechts één lichtwachter.

Noordwijk aan Zee in1976
De vuurtoren in 1976, bezien vanaf de Koninging Wilhelmina Boulevard.

De kustwachtpost vergde inzet van drie man, die wisselend dienst deden. De laatste hoofdlichtwachter, Dirk van Dee, die in 1954 in dienst kwam, vertrok in 1986. Sindsdien is de vuurtoren onbemand.

Architectuurhistorische waarden

•Bijzonder belang van het object voor het oeuvre van architect of bouwmeester:

Otto Jelsma (1882-1965), geboren te Ureterp (gemeente Opsterland), werd per 1 juli 1917 benoemd als bouwkundige bij het Loodswezen. Op 28 februari 1918 werd hij chef van de Bouwkundige Dienst van het Loodswezen, een functie die hij tot 26 januari 1938 vervulde.
Een opvallend object in zijn oeuvre is het gebouw van het Loodswezen aan de Pieter de Hoochweg in Rotterdam, dat in 1921 werd voltooid. Dit fraaie gebouw staat er nog steeds. Jelsma heeft twee vuurtorens ontworpen: de vuurtoren van Harlingen, gebouwd in 1921 en die van Noordwijk aan Zee, gebouwd in 1922. Opvallend zijn de overeenkomsten in stijl: vierkante stenen torens, met smalle, hoge ramen; een enigszins verbrede onderkant van de toren en een licht welvende uitbouw bovenin. De koper- en ijzergieterij Penn & Bauduin (1843-1990) was een van de Nederlandse gieterijen die zich onder meer richtten op de vervaardiging van gietijzeren vuurtorens, kapen, vloerdelen en trappen voor het interieur van vuurtorens. De opdracht voor het vervaardigen van vijf lichthuizen, waaronder die voor de vuurtoren van Noordwijk, past geheel in de veelzijdige orderportefeuille van dit bedrijf.

•Bijzonder belang in verband met materiaalgebruik en bouwtechniek:
De vuurtoren van Noordwijk aan Zee is een van de drie vierkante stenen vuurtorens uit de twintigste eeuw. Net als de vuurtorens van Harlingen (1921) en Ouddorp (1947-1948) is hij opgebouwd uit gewapend beton, bekleed met metselwerk. Alle drie de torens kregen problemen met regenwaterdoorslag, waarna een pleisterlaag of gritlaag is aangebracht. In Noordwijk aan Zee kregen S. van Weygaarden en J. Crama, stukadoors te Leiden, op 31 oktober 1931 opdracht voor het aanbrengen van een pleisterlaag. In het voorjaar van 1932 is deze wit geschilderd.
Veel Nederlandse vuurtorens zijn op een gegeven moment verbouwd om ruimte te creëren voor een kustwachtpost. De wijze waarop dat in Noordwijk aan Zee is gebeurd is uniek. De sierlijke aluminium uitbouw werd geleverd door fa. Radefa uit Apeldoorn en het bouwkundig werk werd uitgevoerd door een aannemer uit Scheveningen.

•Aanwezigheid originele optiek en lichtbron:
De toren werd voorzien van een glazen lichthuis waarin naast een scheepvaartoptiek ook een luchtvaartoptiek werd geplaatst. De scheepvaartoptiek, een trommellens van de derde grootte, schijnende over 180°, werd geleverd door Barbier, Bénard et Turenne uit Parijs. De lichtbron was een lenslamp van 1.000 watt, gevoed uit het plaatselijke elektriciteitsnet, met een gaslicht als reserve. Het lichtkarakter was GO(3)W20s, ofwel elke 20 seconden een groep van 3 onderbrekingen. Dit optiek is er nu nog steeds. De lenslamp is in 1981 vervangen door een halogeenlamp van 1.000 watt. Het lichtkarakter bleef ongewijzigd. Mocht het elektriciteitsnet uitvallen dan wordt automatisch overgeschakeld naar voeding via een aantal batterijen.

Het luchtvaartoptiek had hetzelfde lichtkarakter als het scheepvaartoptiek. Het was eenzelfde type optiek als die van Scheveningen: een bolvormige Fresneloptiek dat veel licht naar boven toe uitstraalde. Het aparte luchtvaartoptiek was in 1967 nog steeds aanwezig op de toren maar is ergens in de jaren daarna weggehaald.

•Aanwezigheid van authentieke elementen van het oorspronkelijke interieur en exterieur en (on)roerende zaken:
De toren is in de loop van de jaren nauwelijks van uiterlijk veranderd, met uitzondering van de in 1953 aangebrachte uitbouw voor de kustwacht. En er is een aantal antennes en meetapparatuur aan het lichthuis en aan de bovenkant van de toren bevestigd. De glazen luchtvaartkoepel is gebleven, ofschoonde functie als luchtvaartlicht was vervallen. De vuurtorens van Scheveningen en Egmond aan Zee hadden ook zo’n glazen koepel maar die is inmiddels weer vervangen door een koperen kap. Noordwijk aan Zee heeft nu de enige vuurtoren in Nederland die ons herinnert aan deze periode in de luchtvaartgeschiedenis. Daarnaast staat er in Kootwijk een watertoren met een glazen koepel, waarin ook een luchtvaartlicht heeft gefunctioneerd.
Begin jaren ‘60 werd de machinekamer onder het lichthuis enigszins vergroot om de schakelkast te kunnen plaatsen voor het automatisch bedienen van de lampenwisselaar.

Noordwijk_-_Vuurtoren_(lamp)
Optiek en lampenwisselaar in 2010.

Ensemblewaarden

•Aanwezigheid lichtwachterswoningen en andere objecten waarmee het object een eenheid vormt:
Er zijn geen lichtwachterswoningen gebouwd. De lichtwachters woonden in het dorp. Lange tijd stond de vuurtoren in onbebouwd duingebied. Begin jaren 60 kwam daar verandering in. De vuurtoren werd toen als bouwkundig element opgenomen in een nieuw winkelcentrum. Het plein bij het winkelcentrum heet ‘Vuurtorenplein’.Het Vuurtorenplein met het net geopende winkelcentrum in 1964.

Vuurtorenplein in 1964
Het Vuurtorenplein met het net geopende winkelcentrum in 1964.

Vuurtorenplein in 2017
Het Vuurtorenplein in 2017.

•Bijzondere betekenis van het object voor het aanzien van de streek, stad of dorp:
De vuurtoren is een belangrijk, kenmerkend object aan de Koningin Wilhelmina Boulevard en medebepalend voor de skyline van Noordwijk aan Zee.

Toekomstwaarde

•Monumentenstatus:
Rijksmonument sinds 1980, nr. 30734

•Eigenaar en beheerder:
Rijkswaterstaat is eigenaar en verantwoordelijk voor het onderhoud van de toren.

•Huidig belang voor de scheepvaart:
De vuurtoren functioneert nog steeds als verkenningslicht  en is onderdeel van de vaarwegmarkering.

Alternatief gebruik van het object en toegankelijkheid:
De toren is alleen bij speciale gelegenheden, zoals de Open Monumentendag, geopend voor publiek. Sinds 2002 bemannen zendamateurs de toren elk jaar in het derde weekeinde van augustus: het ‘International Lighthouse and Lightship Weekend’. Ze communiceren dan met hun apparatuur met collega’s over de hele wereld. 
De plaatselijke Stichting Kurt Carlsen, die zich richt op behoud van de voormalige motorstrandreddingboot Kurt Carlsen, beijvert zich, in overleg met Rijkswaterstaat en de Gemeente Noordwijk, al een paar jaar voor openstelling van de vuurtoren voor publiek. Naar verwachting zal dat vanaf mei 2020 mogelijk worden.

•Binding met de lokale bevolking:
De Noordwijkers zijn erg gesteld op hun vuurtoren. Hij is belangrijk voor de identiteit van het dorp als badplaats. Bovendien is de vuurtoren vanaf 1953 sterk verbonden geweest met het reddingwezen.

Vuurtoren verlicht
De Vuurtoren wordt ‘s avonds op een bijzondere manier verlicht.

•Onderhoudstoestand:
De onderhoudstoestand is goed. In de periode augustus 2018 tot juli 2019 is de vuurtoren in opdracht van Rijkswaterstaat opgeknapt. Er zijn herstelwerkzaamheden uitgevoerd aan de schacht, de toren is opnieuw wit geschilderd en heeft een beschermende laag gekregen, waardoor de witte kleur langer meegaat.

•Bedreigingen:
Geen.